Rondetafel gesprek: De doorsnee ondernemer heeft geen cris plan

26 mei 2010

Ook al lijkt het dieptepunt van de crisis gepasseerd, voorbij is ze nog niet. Met name de consument begint de gevolgen ervan nu pas goed te merken en het vertrouwen in de banksector is nog altijd niet helemaal terug. Daardoor worden steeds meer MKB-bedrijven voor het eerst in hun bestaan geconfronteerd met hun eigen (bedrijfs)crisis: te grote voorraden, teveel personeel, maar vooral ook: teveel debiteuren die niet betalen en een kapitaalbehoefte die de huisbankier niet wil invullen. De financieel experts uit deze regio discussieerden erover in de businessroom van ABN AMRO in het Philips Stadion. Ze waren het met elkaar eens dat de problemen ernstig maar niet onoverkomelijk zijn. De ergste vijand van de ondernemer is vaak niet de onwillige debiteur of bank maar zijn eigen afwachtende houding in die eerste, cruciale maanden.

 

Recessies zijn van alle tijden. Ook al staan er om de paar decennia enkele economen op die beweren dat de businesscycle een gepasseerd station is (zoals ten tijde van de internetbubbel eind jaren negentig), de ‘boom and bust’ komt net als een boemerang uiteindelijk altijd terug. “Wat deze crisis voor veel ondernemers extra moeilijk maakt is het feit dat ze nooit een serieuze dip hebben meegemaakt,” zegt Maurice Boot, van Boot & Goverde Financieel Advies, “Ze hebben te lang een positieve horizon gehad en daardoor reageren ze vaak te laat en niet krachtig genoeg.” Paul Wels, van de Wels Adviesgroep, voegt daaraan toe dat de doorsnee MKB’er geen crisisplan heeft: “Dat maakt de drempel om tot actie over te gaan extra hoog. De grote schoonmaak, liefst met professionele hulp van buitenaf, wordt uitgesteld, maar je moet naar de bank stappen voor financiering zolang je nog solvabel bent, niet als de kas al leeg is.”

Ze zullen nu ook wel betalen’

Een voor veel ondernemers nieuw verschijnsel is de klant die altijd op tijd heeft betaald die nu zijn factuur laat liggen. “Veel ondernemers betaalden een factuur zelf altijd direct en laten ze nu toch maar een maand liggen, “ aldus Karel van der Pol, van Eert Accountants & Adviseurs. “De betalingstermijnen schuiven op, de betalingsmoraal verslechtert zienderogen, maar de meeste crediteuren blijven zichzelf geruststellen met de woorden: ‘Ze hebben altijd betaald. Ze zullen nu ook wel betalen.’” Jeroen Janssen, van ACCS Incasso & Gerechtsdeurwaarders, voorziet een toename van betalingsproblemen vooral bij consumenten, “maar de gestructureerde wijze waarop grote bedrijven deze aanpakken mag een voorbeeld zijn voor het MKB.” En Hans Klomp, van de technoDesk van ABN AMRO, voegt daaraan toe dat de gemiddelde debiteurenportefeuille in deze recessie veel van zijn uitwinwaarde verloren heeft: “Wij ondervinden als bank zelf hoeveel van die uitstaande facturen we uiteindelijk als oninbaar moeten afschrijven, soms blijft minder dan twintig procent over.”

Een voor veel ondernemers nieuw verschijnsel is de klant die altijd op tijd heeft betaald die nu zijn factuur laat liggen. “Veel ondernemers betaalden een factuur zelf altijd direct en laten ze nu toch maar een maand liggen, “ aldus Karel van der Pol, van Eert Accountants & Adviseurs. “De betalingstermijnen schuiven op, de betalingsmoraal verslechtert zienderogen, maar de meeste crediteuren blijven zichzelf geruststellen met de woorden: ‘Ze hebben altijd betaald. Ze zullen nu ook wel betalen.’” Jeroen Janssen, van ACCS Incasso & Gerechtsdeurwaarders, voorziet een toename van betalingsproblemen vooral bij consumenten, “maar de gestructureerde wijze waarop grote bedrijven deze aanpakken mag een voorbeeld zijn voor het MKB.” En Hans Klomp, van de technoDesk van ABN AMRO, voegt daaraan toe dat de gemiddelde debiteurenportefeuille in deze recessie veel van zijn uitwinwaarde verloren heeft: “Wij ondervinden als bank zelf hoeveel van die uitstaande facturen we uiteindelijk als oninbaar moeten afschrijven, soms blijft minder dan twintig procent over.”

 Het Abc’tje: Accountant, Bankier en Cliënt.

De banken zijn in de ogen van veel ondernemers de grote boosdoeners in deze crisis, eerst als de veroorzakers, nu als de in standhouders ervan. “Ik hoor ook veel klachten over het feit dat je in onze regio nauwelijks keus hebt,” zegt Karel van der Pol. “Je kunt eigenlijk maar bij drie banken aankloppen. En als je bij alle drie nul op het rekest krijgt, sta je als ondernemer met je rug tegen de muur. Daarom ben ik een groot voorstander van het jaarlijks ABC’tje: Accountant, Bankier en Cliënt. Vroeger was dat zelfs heel gebruikelijk. De banken kenden hun klanten nog. Nu is die behoefte er blijkbaar niet meer. Ze hebben toch voldoende klandizie.” Wie door de bank met zijn rug tegen de muur wordt gezet keert de bank noodgedwongen de rug toe. “Gelukkig voor het MKB beperkt het financieringsspeelveld zich niet tot de banken,” aldus Paul Wels. “Vrienden, familieleden, maar vooral leveranciers hebben de rol van de banken deels overgenomen, soms omdat ze wel moeten – dat geldt dan vooral voor leveranciers – maar vaak omdat ze in de kansen van het bedrijf en het ondernemerschap van de eigenaar blijven geloven.”

De banken zijn in de ogen van veel ondernemers de grote boosdoeners in deze crisis, eerst als de veroorzakers, nu als de in standhouders ervan. “Ik hoor ook veel klachten over het feit dat je in onze regio nauwelijks keus hebt,” zegt Karel van der Pol. “Je kunt eigenlijk maar bij drie banken aankloppen. En als je bij alle drie nul op het rekest krijgt, sta je als ondernemer met je rug tegen de muur. Daarom ben ik een groot voorstander van het jaarlijks ABC’tje: Accountant, Bankier en Cliënt. Vroeger was dat zelfs heel gebruikelijk. De banken kenden hun klanten nog. Nu is die behoefte er blijkbaar niet meer. Ze hebben toch voldoende klandizie.” Wie door de bank met zijn rug tegen de muur wordt gezet keert de bank noodgedwongen de rug toe. “Gelukkig voor het MKB beperkt het financieringsspeelveld zich niet tot de banken,” aldus Paul Wels. “Vrienden, familieleden, maar vooral leveranciers hebben de rol van de banken deels overgenomen, soms omdat ze wel moeten – dat geldt dan vooral voor leveranciers – maar vaak omdat ze in de kansen van het bedrijf en het ondernemerschap van de eigenaar blijven geloven.”

Worst case scenario opstellen

Maar zijn de banken werkelijk onwillig of alleen maar terughoudend? Hans Klomp kent het verwijt dat banken enkel naar zekerheden kijken en noemt dit een misvatting. “Natuurlijk eist een bank zekerheden voor zijn lening, maar ze financiert allereerst op de terugverdiencapaciteit en kijkt dan naar het buffervermogen. En die zekerheden zijn ook niet zo zeker meer. Kijk maar hoe de prijzen van vastgoed kunnen dalen. Als een aanvraag wordt afgewezen zijn daar dus gegronde redenen voor, ook als ze wordt ingevuld trouwens. Maar ik erken wel dat de banken beter zouden kunnen communiceren over het waarom van die afwijzing of toezegging. Een ondernemer die het waarom niet begrijpt is vanzelfsprekend verontwaardigd.” Volgens Bert Iedema, van Credit Yard, is de communicatie van de kant van de ondernemer echter ook niet altijd optimaal. “Hopen dat het alsnog goed komt is niet de beste houding. Kijk kritisch naar je eigen incasso, naar je solvabiliteit en stel een worst case scenario op. Neem de scenario ook mee als je een afspraak maakt met je bankier en leg het hem voor, samen met de rest. Zo beseft die bankier dat het je menens is en dat je alle mogelijkheden onder de loep hebt genomen.”

Maar zijn de banken werkelijk onwillig of alleen maar terughoudend? Hans Klomp kent het verwijt dat banken enkel naar zekerheden kijken en noemt dit een misvatting. “Natuurlijk eist een bank zekerheden voor zijn lening, maar ze financiert allereerst op de terugverdiencapaciteit en kijkt dan naar het buffervermogen. En die zekerheden zijn ook niet zo zeker meer. Kijk maar hoe de prijzen van vastgoed kunnen dalen. Als een aanvraag wordt afgewezen zijn daar dus gegronde redenen voor, ook als ze wordt ingevuld trouwens. Maar ik erken wel dat de banken beter zouden kunnen communiceren over het waarom van die afwijzing of toezegging. Een ondernemer die het waarom niet begrijpt is vanzelfsprekend verontwaardigd.” Volgens Bert Iedema, van Credit Yard, is de communicatie van de kant van de ondernemer echter ook niet altijd optimaal. “Hopen dat het alsnog goed komt is niet de beste houding. Kijk kritisch naar je eigen incasso, naar je solvabiliteit en stel een worst case scenario op. Neem de scenario ook mee als je een afspraak maakt met je bankier en leg het hem voor, samen met de rest. Zo beseft die bankier dat het je menens is en dat je alle mogelijkheden onder de loep hebt genomen.”

Te riante arbeidsvoorwaarden

RondetafelgesprekMaurice Boot voegt daaraan toe dat de ondernemer ook bereid moet zijn ingrijpende maatregelen te nemen. Ook hierbij speelt de door hem geconstateerde positieve horizon veel bedrijven parten. “Kijk bijvoorbeeld naar de arbeidsvoorwaarden. Salarisonderhandelingen worden nog steeds gevoerd met de gedachte aan schaarste in het achterhoofd. ‘Ik heb twee jaar geleden zoveel moeite moeten doen die man of  vrouw binnen te halen dat ik die nu niet mag kwijt raken omdat ik te weinig zou betalen.’ Het gevolg ervan is dat personeel te lang wordt aangehouden en aan te riante voorwaarden.” In het ergste geval moet de ondernemer eenvoudigweg afscheid nemen van het hele bedrijf, via de weg van het faillissement. “Het valt mij op dat jongere ondernemers dat makkelijker kunnen dan oudere,” zegt Hans Klomp, “omdat hun sociale reputatie minder afhankelijk is van hun bedrijf. Ze beginnen simpelweg met iets nieuws.” Maar bedrijfsbeëindiging is vanzelfsprekend altijd een uiterste redmiddel. Echt ondernemerschap kenmerkt zich doordat een bedrijf sterker uit de crisis tevoorschijn komt in plaats van zwakker. Banken moeten zich meer opstellen als de financiële vaklieden die ze in wezen zijn, ondernemers moeten meer professioneel management tonen als de algemene economische crisis aan hun deur klopt in de vorm van de bedrijfscrisis. Tegenover elkaar dienen ze vooral meer openheid aan de dag te leggen. Dat is het beste uitgangspunt om de gevolgen van deze recessie te overwinnen en de volgende hoogconjunctuur met open vizier tegemoet te treden.

Maurice Boot voegt daaraan toe dat de ondernemer ook bereid moet zijn ingrijpende maatregelen te nemen. Ook hierbij speelt de door hem geconstateerde positieve horizon veel bedrijven parten. “Kijk bijvoorbeeld naar de arbeidsvoorwaarden. Salarisonderhandelingen worden nog steeds gevoerd met de gedachte aan schaarste in het achterhoofd. ‘Ik heb twee jaar geleden zoveel moeite moeten doen die man of  vrouw binnen te halen dat ik die nu niet mag kwijt raken omdat ik te weinig zou betalen.’ Het gevolg ervan is dat personeel te lang wordt aangehouden en aan te riante voorwaarden.” In het ergste geval moet de ondernemer eenvoudigweg afscheid nemen van het hele bedrijf, via de weg van het faillissement. “Het valt mij op dat jongere ondernemers dat makkelijker kunnen dan oudere,” zegt Hans Klomp, “omdat hun sociale reputatie minder afhankelijk is van hun bedrijf. Ze beginnen simpelweg met iets nieuws.” Maar bedrijfsbeëindiging is vanzelfsprekend altijd een uiterste redmiddel. Echt ondernemerschap kenmerkt zich doordat een bedrijf sterker uit de crisis tevoorschijn komt in plaats van zwakker. Banken moeten zich meer opstellen als de financiële vaklieden die ze in wezen zijn, ondernemers moeten meer professioneel management tonen als de algemene economische crisis aan hun deur klopt in de vorm van de bedrijfscrisis. Tegenover elkaar dienen ze vooral meer openheid aan de dag te leggen. Dat is het beste uitgangspunt om de gevolgen van deze recessie te overwinnen en de volgende hoogconjunctuur met open vizier tegemoet te treden.