Column Bert Iedema in Eindhoven in Bedrijf: Kleine bedrijven het kind van de rekening
1 oktober 2010
Consumenten én kleine bedrijven beschermen tegen hoge incassokosten. Dat is het uitgangspunt van het Wetsvoorstel Incassokosten van minister Hirsch Ballin van Justitie. Volgens de Nederlandse Vereniging van Incasso-Ondernemingen (NVI) heeft het voorstel echter precies het tegenovergestelde effect.
Ik sluit me hierbij volledig aan. Consumenten zullen als gevolg van het voorstel namelijk veel vaker te maken krijgen met gerechtelijke procedures. Een gerechtsdeurwaarder in plaats van het zogenoemde minnelijke incassotraject. Een veel duurder traject; zowel voor de individuele consument als voor de samenleving.
De doorlooptijd van een vordering zal bovendien door de toenemende druk op het gerechtelijke apparaat enorm toenemen. Slecht nieuws voor het bedrijfsleven. Hoe ouder een vordering is, hoe slechter deze immers wordt betaald. Toenemende liquiditeitsproblemen zullen het gevolg zijn, want ondernemers zien zich gedwongen meer vorderingen af te schrijven. Een boodschap waarop u - zeker in deze tijd - niet zit te wachten.
Het Wetsvoorstel Incassokosten is door de Tweede Kamer niet-controversieel verklaard. De behandeling ervan zal dan ook doorgang vinden. Dit betekent dat er rond de zomervakantie duidelijkheid zal zijn over het definitieve wetsvoorstel. Het voorstel zoals het er nu ligt, heeft betrekking op alle vorderingen tot 25.000 euro (de ‘kleine’ vorderingen): business-to-consumer én business-to-business. Om een bedrag tot 270 euro te vorderen, mogen de incassokosten nog maximaal 40 euro bedragen. Daarboven mag een vast percentage worden gerekend volgens een geleidende schaal: hoe hoger het bedrag – hoe lager het percentage.
Het maximale bedrag van 40 euro voor ‘kleine vorderingen’ maakt een gedegen minnelijk incassotraject volgens de NVI onmogelijk. Het nabellen van vorderingen, debiteurenonderzoek en het treffen van betalingsregelingen kan niet voor dit bedrag en zal dus minder gebeuren. Voor een dergelijk traject is een minimale vergoeding van 62 euro vereist, zo heeft de NVI berekend.
Voor u als ondernemers betekent dit dat u uw incassobedrijf meer zult moeten betalen dan de 40 euro die u maximaal op een ‘kleine’ debiteur mag verhalen of dat u veel vaker een gerechtelijke procedure zult moeten beginnen. Een keuze uit twee kwaden: in het eerste geval draait ú immers op voor de meerkosten en niet de schuldenaar. En in een langdurige gerechtelijke procedure zult u, zeker in geval van een kleinere vordering, geen trek hebben. De nieuwe wet betekent zo een beloning van slecht gedrag.
Het wetsvoostel valt onder de noemer dwingend recht. Het overruled contractafspraken die bedrijven onderling maken ten aanzien van het niet of te laat betalen van rekeningen. De overheid maakt hiermee inbreuk op de contractvrijheid van ondernemers – iets wat slechts zeer zelden gebeurt. Voor u betekent dit dat u uw algemene voorwaarden zult moeten aanpassen aan de wet en dat contractafspraken die u met (grotere) opdrachtgevers heeft gemaakt niet langer geldig zijn wanneer de wet definitief wordt. Met name voor kleinere bedrijven een enorme strop. Zij zullen immers om de rekeningen betaald te krijgen meer incassokosten moeten maken die ze vervolgens niet kunnen verhalen op hun debiteuren, vaak grotere bedrijven of de overheid. Bovendien geldt ook voor kleine bedrijven dat zij hun algemene voorwaarden en hun contracten moeten reviewen en eventueel moeten herzien.
Kleine bedrijven zijn in dit voorstel van de Minister van Justitie dus letterlijk het kind van de rekening…
Bert Iedema